
Page 12 of 12
When I have a hard time finding a title for an essay, I usually pick the most boring, least clickbait-y title possible. I ran a title by ChatGPT and it said my title was bad for SEO and discoverability… That’s when I knew I had found it. 🤪
I dug into a little bit of pulse oximeter history. That to me was the major breakthrough, decades ago, so I’m still skeptical there’s enough innovation in Masimo’s new patent. Maybe all the legal fallout is karma for Steve Jobs’s “and boy have we patented it” bragging during the iPhone introduction.
[Note] Hobsplosion [RSS Exclusive!]
This post is secret; you can only find it via my RSS feeds (and places which syndicate them). It's okay to talk about it or link to it, though. Thanks for being part of RSS Club!
Outside of Christmas Day, I don’t often get to use 6+ hobs and both ovens simultaneously, but I appreciate the ability to do so when I need them.
📰 Using a feed reader is the best way to read my blog posts. How clever you are to know that! 🚀
Right here, right hiraeth
Today I learned a new word: hiraeth.
There’s no English word, or Swedish for that matter, that captures it. It means a melancholic longing for a home or time that may no longer exist, a mix of homesickness and sadness for the past.
The Swedish podcast where I heard it gave this example:
A man walks past a schoolyard and hears the children laughing. Suddenly he feels a sharp longing for the simplicity of childhood. Not for a specific place or memory, but for a state of innocence that maybe never existed.
I think most of us know that feeling.
Life seemed easier back then. No bills, no jobs, no repairs waiting at home. Fewer obligations.
But memories can fool us.
For those of us with a “normal” childhood, some things were easier. But if we look back honestly, life wasn’t perfect. There was uncertainty, pain, moments of feeling lost or out of place.
The “good old days” are often more fiction than fact. A story we tell ourselves.
And either way, the past is gone. We’ve learned from it, we carry the memories.
But this — right here and now — is our life. And it’s pretty good when we stop comparing it to what was.
Zelfportret en sterrennacht
Elja was in de kamer van Van Gogh. Maarten fietste door de bergen van Van Gogh. Ik stond oog in oog met het (waarschijnlijk) laatste zelfportret van de schilder. Vrijdag in MusĂ©e d’Orsay te Parijs. Om me heen maakten hordes toeristen foto’s van de meesterwerken. Liepen met hun telefoon zijdelings langs de muren om maar kiekjes te maken van alles wat ze voor ze zich zagen. Bewijsstukken dat ze er waren geweest. Een afvinklijst van je vrije tijd. Maar ze keken niet. Ze keken niet zoals we met een klein groepje in stilte voor het zelfportret stonden.
Ik had net aan Finn het schilderij met de rietgedekte huisjes uitgelegd. Over hoe Van Gogh zieker werd, hoe dat tot uiting komt in zijn schilderijen. Eenmaal iets verder in de zaal zag ik zijn zelfportret in volle glorie en dat overspoelde me aan alle kanten. De schoonheid en de tragiek van elke verfstreek. Hoe Vincent ons aankijkt met op de achtergrond de kleurrijke maar tegelijk melancholische blauw-groene streken.
Daarna liep ik naar de Sterrennacht over de RhĂ´ne en weer voelde ik een heftigheid om dat werk in levende lijve te zien. Niet alleen om hoe het gemaakt is, de techniek en de keuzes van kleur en vorm. Maar de context, het verhaal achter het schilderij. Vincent was, volgens de overlevering, nog relatief gezond en gelukkig toen hij dit werk maakte. Het is vooral wat erna zou komen. Dat dit nog maar een aanzet is tot een van zijn mooiste werken ooit, de Sterrennacht. Ik hoop dat werk ooit nog eens in het echt te zien in New York. Kunst met je eigen ogen bekijken en eigen gevoel voelen is wat je mens maakt. Niet iets om te verbergen in de honderden vakantiekiekjes op je telefoon.